個人檔案Leylla. Christen Space.相片部落格清單更多 工具 說明
Web-Teller|true|
web page counters

Vink-de Vries W.L.

職業
沒有使用中的類別。

Leylla. Christen Space.

Bedankt voor je bezoekje aan mijn space, je ken en mag een reaktie geven hoor, hoe jij er over denkt, bij elk geschreven stukje.
Tekst  
第 1 張 / 共 20 張
9月12日

De les van een afwaskwast

 

DE LES VAN EEN AFWASKWAST

Als huisvrouw ben je vaak bezig met klusjes die weinig inspirerend zijn. Elke dag dezelfde routine van opruimen en schoonmaken, van bedden opmaken en afwassen. Niet iets waaraan je een status kunt ontlenen, maar wel iets waaruit je af en toe een waardevolle les kunt leren. Zoals laatst, toen ik een schaaltje probeerde schoon te maken met een harde borstel. Het lukte niet, in randjes en kiertjes bleven restjes zitten. Toen probeerde ik het met een zachte borstel. Tot mijn verrassing kon ik overal bij en werd het schaaltje blinkend schoon.

Is dat niet zoals de Heer met ons omgaat? Niet met harde taal, maar met zachtmoedigheid heeft Hij ons getrokken uit het vuil, en ons smetteloos schoon gemaakt.

Is het ook niet zoals wij met elkaar zouden moeten omgaan? Geen harde, kwetsende woorden om elkaar te vermanen en aan te sporen, maar zachtmoedigheid, zodat er geen vieze restjes blijven zitten.

'Leer van Mij, want Ik ben zachtmoedig...'

 

schrijver onbekend 

7月19日

Tien kleine christenen

 
Tien kleine christenen ontvingen saam de zegen,
één vond de preek de moeite niet, toen waren er nog negen.

Negen kleine christenen, ze baden dag en nacht,
één bad en kreeg niet wat hij vroeg, toen waren er nog acht.

Acht kleine christenen op de smalle weg door 't leven,
één vond de brede weg zo mooi, toen waren er nog zeven.

Zeven kleine christenen, ze lazen elkaar de les,
één werd er boos en zei: 'Adieu', toen waren er nog zes.

Zes kleine christenen actief in het kerkbedrijf,
één miste wierook en Latijn, toen waren er nog vijf.

Vijf kleine christenen traditie in het banier,
één hoorde jullie God is dood, toen waren er nog vier.

Vier kleine christenen onder Johannes Paulus pontifi,
één kreeg van hem geen erelint, toen waren er nog drie.

Drie kleine christenen, elk had zo zijn idee,
één werd oneerlijk miljonair, toen waren er nog twee.

Twee kleine christenen: met tweeën heel alleen,
met ruzie wie de grootste was, toen was er nog maar één.

Eén heel oprechte christen vol van lieve vree,
zijn vijand werd een goede vriend, toen waren er weer twee.

Twee heel bescheiden christenen aan het werk met veel plezier,
zij vroegen niets, zij deelden uit toen waren er weer vier.

Vier heel gewone christenen, zij hielpen dag en nacht,
en die geholpen werd, hielp mee toen waren er weer acht.

Acht vriendelijke christenen, zij vroegen God om zegen,
maar vroegen er ook mensen bij, toen waren er weer negen.

Negen kleine christenen, in mensen God gezien,
zij zongen samen gloria, toen waren er weer tien.

Tien kleine christenen, zij brachten HEM tot leven,
Die niet voor kerk, maar voor de MENS zijn leven had gegeven.

Twaalf kleine christenen, zij leefden zoals Hij,
Zo kwamen er weer net als toen in één dag duizend bij.
 
Van internet
4月10日

the eye of the needle

 
 
 
Op n dag stond ik voor God en vroeg Hem:
God geef me n talent.
God zei: Wat wil je hebben?
Ik wil muziek kunnen maken
God zei: Het is je gegeven.
En vanaf die dag maakte ik de mooiste muziek voor de mensen.
Maar ik was niet tevreden.
Weer vroeg ik God, geef me n talent van spreken.
En god zei: het is je gegeven.
Vanaf die dag sprak ik van mijn schepper tegen de mensen.
Maar ik voelde al snel weer ontevredenheid.
Weer vroeg ik God om n talent.
God geef me dat ik zieken kan genezen.
God zei: het is je gegeven.
Ik leefde met al mijn talenten in de dienst van mensen.
Ik sprak over God. Ik maakte muziek en ik genas mensen. Maar nog was t niet genoeg.
Ik vroeg aan God:
Wilt U me nog keer n talent geven.
Een groot hart, zodat ik mensen kan troosten, want de wereld is slecht en t leven is zwaar.
God zei: Het is je gegeven.
Na jaren kwam God voor me en zei:
mensenkind, ga met me mee.
Ik ging mee en God bracht me naar n plaats,
"eye of the needle" genaamd.
Het was n zeer klein poortje in n rots.
God zei me hierdoor te gaan, maar ik had zoveel bagage, mijn muziekinstrument, mijn boeken waar ik wijsheid uitgehaald had.
God zei: Laat het allemaal achter.
Ik protesteerde eerst....maar God U heeft me zelf al deze dingen gegeven....en nu moet ik ze achterlaten?
Maar ik deed wat God me vroeg.
Ik liet alles achter en bukte me om door t poortje heen te gang, het was zeer nauw en laag.
Maar wat schets mijn verbazing, toen ik erdoor heen was....er lag n zeer wijde weg, en daar lagen al mijn talenten. Verbaast raapte ik ze op.
God zei: Ik wil je iets laten zien.
En Hij toonde mij al mijn vrienden en buren, mensen waar ik gedurende mijn leven mee opgetrokken was.
Zij stonden ook voor "the eye of the needle"
Ze stonden met veel bombarie te spreken.
 
Dat poortje is veel te klein, daar kan ik niet door.
Ik kan toch niet alles wat ik bezit hier achter laten!
Mijn zwaarden, waarmee ik menig oorlog gewonnen heb. Het geld wat ik verdiend heb. Mijn rijkdom waar ik zo hard voor heb gewerkt.......
Ja ik ben me daar gek, dat doe ik echt niet.
 
God zei: Jij hebt de mens gediend met de talenten die je van Mij kreeg. Maar om Mij te dienen moet je bukken en op je knieén om Mij te aanbidden. Zonder Mij te aanbidden en dankbaar te zijn, kan je nooit door dit poortje heen
Ik zoek ware aanbidders, die beseffen dat IK t was die die talenten gaf.
Alleen dan kan je de Koning aanbidden.
 
 
p.s.
the eye of the needle bestaat echt, het is n nauwe doorgang in de bergen net buiten Jerusalem.
Hierover spreekt Jezus dus.
 

Mat 19:24

En wederom zeg Ik u: Het is lichter, dat een kameel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke inga in het Koninkrijk Gods.
4月8日

Hosea 14:5-9

 
 
 
 
Ik genees hen van hun ontrouw,
mijn hart gaat naar hen uit.
Mijn toorn heb ik laten varen.
 Ik zal voor Israël zijn als de dauw.
Het zal bloeien als een lelie,
wortelen als een ceder op de Libanon;
 zijn jonge loten zullen uitlopen.
Het zal als een prachtige olijfboom pronken
en geuren als de ceders op de Libanon.
 Dan is het weer goed toeven in zijn schaduw,
er wordt weer koren verbouwd.
Het zal bloeien als een wijnstok,
befaamd zijn als de wijn van de Libanon.
Dan zegt Efraïm: ‘Wat heb ik nog met afgoden te maken?
Ik wil zijn liefde beantwoorden, mijn oog op hem richten.
Dan ben ik als een cipres, altijd groen;
het zijn uw vruchten die ik draag.’
 
 

 
3月14日

Kyle

 
Geven en nemen
 
Op een dag, toen ik erg populair was op de middelbare school,
zag ik een jongen van mijn klas naar huis lopen.
Hij heette Kyle. Het leek erop alsof hij al zijn boeken aan het meesjouwen was.
Ik dacht bij mezelf, " Waarom neemt iemand al zijn boeken van school mee naar huis op vrijdag?
Dat moet vast een Nerd zijn."
Ik had een druk weekend gepland (feestjes, voetballen met mijn vrienden op zondagmiddag)
dus ik haalde mijn schouders op en liep door.
Terwijl ik verder liep zag ik een groepje jongens aan komen rennen.
Ze renden naar hem, sloegen al zijn boeken uit zijn handen
en lieten hem struikelen op de vieze natte grond.
Ik zag zijn bril door de lucht vliegen, die een paar meter verder in het Gras terechtkwam.
Hij keek op en ik zag de trieste blik in zijn ogen. Ik had medelijden met hem.
Ik ging naar hem toe om te helpen en terwijl
Hij kruipend zijn bril zocht zag ik een traan over zijn Wang rollen.
Bij het overhandigen van zijn bril zei ik tegen hem,
 "Die jongens waren slecht, alsof ze niks beter te doen hebben."
Hij keek me aan en zei, "Hardstikke bedankt!"
Er verscheen een grote glimlach op zijn gezicht.
Dit was één van die glimlachen die dankbaarheid uitstraalde.
Ik hielp hem met het oprapen van zijn boeken en vroeg waar hij woonde.
Het bleek dat hij bij mij om de hoek woonde.
Hij vertelde dat hij hiervoor naar een Priveschool ging.
Voorheen zou i nooit met dat soort mensen zijn omgaan.
We hebben de hele terugweg gepraat en ik droeg zijn boeken.
Het bleek een hele aardige jongen te zijn.
Ik vroeg hem of hij het weekend wilde komen
Voetballen met mijn vrienden. Dat wilde hij wel.
In dat weekend leerde ik Kyle nog beter kennen,
ik mocht hem echt en mijn vrienden dachten hetzelfde.
Maandag, en daar was Kyle weer met zijn stapel boeken.
Ik sprak hem aan en zei,
 "Je wordt nog eens gespierd als je iedere dag die boeken zo meeneemt!"
Hij moest lachen en overhandigde mij de helft van de boeken.
Vier jaar ging er voorbij. Kyle en ik waren beste Vrienden geworden.
 In het laatste jaar begonnen we te denken aan studeren.
Kyle besloot naar Groningen te gaan en ik naar Delft.
 Ik wist dat we altijd vrienden zouden blijven
ondanks dat we allebei in andere plaatsen zouden gaan wonen.
Hij wilde dokter worden en ik wilde uiteindelijk toch maar prof-voetballer worden.
Studeren was niks voor me.
Het eindexamen naderde.
Kyle zou tijdens de uitreiking van het diploma een speech houden.
Ik plaagde hem door te zeggen dat hij een Nerd was.
Ik was zo blij dat ik niet op dat podium hoefde te staan.
Op de dag van de uitreiking zag ik Kyle. Hij zag er goed uit.
Hij was één van die mensen die zichzelf gevonden had in al die jaren op de middelbare school.
Hij zag er echt goed uit, zelfs een bril stond hem goed.
Er waren dagen bij dat hij echt geluk uitstraalde.
Waardoor hij meer afspraakjes dan ik had en alle meiden dol op hem waren.
Jeetje, soms was ik gewoon jaloers op hem. Vandaag was één van die dagen.
Ik kon zien dat Kyle zenuwachtig was voor de speech.
Dus ik sloeg hem op de schouders en zei, "Hey stoere jongen, het gaat je lukken vandaag!"
Hij keek me aan met zijn bekende blik, die dankbare blik en
Lachte en zei, "Bedankt!" Daar stond hij dan op het podium.
Hij schraapte zijn keel en begon.
"Eindexamen is een periode waar je mensen bedankt die je geholpen hebben
om door deze moeilijke tijden heen te komen.
Je ouders, leraren, broers en zussen, misschien een mentor
Maar het belangrijkste van allemaal je vrienden.
 Ik sta hier om jullie te vertellen dat het hebben van een goede vriend,
het mooiste is wat je maar kunt wensen.
Ik sta hier om jullie te vertellen dat er niets mooiers bestaat
 dan dat je voor iemand iets kunt betekenen.
Ik zal jullie een verhaal vertellen.
" Ik keek met ongeloof naar Kyle toen hij begon te vertellen over onze eerste ontmoeting.
Hij wilde dat weekend zelfmoord plegen.
Hij vertelde hoe hij zijn schoolkluis had leeggehaald,
zodat zijn moeder niet later alle boeken hoefde mee te sjouwen naar huis.
Kyle keek me diep in de ogen en liet een kleine glimlach zien.
"Gelukkig, ik leef nog.
Mijn beste vriend weerhield me om de daad bij het woord te voegen.
" Nadat Kyle zijn verhaal had gehouden over het zwakste moment in zijn leven
hoorde ik het publiek emotioneel zuchten.
Ik zag zijn moeder en vader diezelfde dankbare blik naar mij toe werpen.
Nu pas realiseerde ik me wat ik had betekent voor Kyle.
Ondermijn nooit de kracht van je acties.
Met een klein gebaar kun je iemands leven veranderen.
 In voor- en tegenspoed. Op een of andere manier zijn we altijd
met elkaar verbonden. We geven en nemen.
 
 
schrijver onbekend
2月17日

Een beetje liefde

 
Een beetje liefde
 
Een beetje liefde
kan als een druppel water zijn,
die een bloem de kracht geeft
zich weer op te richten.
 
Phil Bosman
 
 
1月22日

Psalm 34

 
 
 
 
 De HEER wil ik prijzen, elk uur van de dag,
mijn mond is altijd vol van zijn lof.
 Laat mijn leven een loflied zijn voor de HEER,
de nederigen zullen het met vreugde horen.

 Roem met mij de grootheid van de HEER,
sluit u aan om zijn naam te verheffen.
 Ik zocht de HEER en hij gaf antwoord,
hij heeft mij van alle angst bevrijd.

 Wie naar hem opzien, stralen van vreugde,
schaamte zal hun gezicht niet kleuren.
 In mijn verdrukking riep ik tot de HEER,
hij heeft geluisterd en mij uit de nood gered.

 De engel van de HEER waakt
over wie hem vrezen, en bevrijdt hen.
 Proef, en geniet de goedheid van de HEER,
gelukkig de mens die bij hem schuilt.

 Vromen, heb ontzag voor de HEER:
wie hem vreest lijdt geen gebrek.
 Jonge leeuwen lopen hongerig rond,
wie de HEER zoekt, ontbreekt het aan niets.

 Kom, kinderen, luister naar mij,
ik leer je ontzag voor de HEER.
 Hebben jullie het leven lief,
wil je goede jaren genieten?

 Behoed dan je tong voor het kwaad,
je lippen voor woorden van bedrog.
 Mijd het kwade, doe wat goed is,
streef naar vrede, jaag die na.

Het oog van de HEER rust op de rechtvaardigen,
zijn oor luistert naar hun hulpgeroep.
 Toornig ziet de HEER wie kwaad doen aan,
hij wist hun namen op aarde uit.

 De HEER hoort de kreten van de rechtvaardigen,
hij bevrijdt hen uit de nood,
 gebroken mensen is de HEER nabij,
hij redt wie zwaar wordt getroffen.

 Al blijft de rechtvaardige niets bespaard,
de HEER zal hem steeds weer bevrijden.
 Hij waakt zelfs over zijn beenderen,
niet één ervan wordt verbrijzeld.

 Een slecht mens komt om door eigen kwaad,
wie een rechtvaardige haat zal boeten,
 de HEER redt het leven van zijn dienaren,
nooit zal boeten wie schuilt bij hem.

1月12日

Het bezoek

 

Het bezoek

 

Ruth ging naar haar brievenbus om haar post op te halen.

Er was slechts een brief. Vreemd…er zat geen postzegel of poststempel op;

alleen haar naam en adres. Ruth opende de envelop en begon te lezen:


Lieve Ruth,

Ik ben binnenkort bij je in de buurt,
en dan wil ik graag langskomen voor een bezoek.

Liefs,  Jezus


Haar handen trilden toen ze de brief op tafel legde.

“Waarom zou de heer mij willen bezoeken? Ik ben niks speciaals en ik heb Hem niks te bieden.”

Die gedachte herinnerde haar aan de lege keukenkastjes.

“O, ik heb hem echt niets te bieden!

 Ik moet nog snel even naar de winkel om wat te eten voor Hem te halen.

Ze pakte haar portemonnee, en telde hoeveel geld ze nog had. € 5.40.

 “Nou ja, ik kan er in ieder geval wat brood en beleg van kopen.”

Ze trok snel haar jas aan en rende de deur uit.

 Met een brood, wat beleg en een pak melk had Ruth nog 12 cent over waar ze het mee moest doen tot maandag.

 Desalniettemin haastte ze zich huiswaarts, met de boodschappen stevig in handen.



“Hey, mevrouw, kunt u ons helpen, mevrouw?

” Ruth was zo in gedachten bij haar aanstaande bezoek, dat ze de twee figuren in het steegje niet eens doorhad.

Een man en een vrouw. Allebei in niet meer gekleed dan een paar lompen.

 “Ziet u, mevrouw, ik heb geen werk, weet u, en mijn vrouw en ik leven hier op straat,

en het begint al aardig koud te worden en we hebben honger.

Als u ons zou kunnen helpen, mevrouw, dan zouden wij dat heel erg waarderen.

” Ruth keek naar heb beiden. Ze waren vies en ze stonken en, eigenlijk…

ze was er zelfs zeker van dat ze best wel ergens werk zouden kunnen vinden als ze dat echt wilden. 

“Meneer, ik zou u best willen helpen, maar ik ben zelf maar een arme vrouw.

Alles wat ik heb is een brood, wat beleg en een pak melk en ik krijg vanavond een belangrijke Gast te eten

en ik was van plan Hem dit te eten te geven.”


“Oh, oké hoor mevrouw. Ik begrijp het. In ieder geval bedankt.

” De man sloeg zijn arm om de schouders van zijn vrouw en ze verdwenen alletwee weer in het steegje.

Terwijl Ruth hen beiden nakeek voelde ze een bekende steek in haar hart. “Meneer, wacht!

Hier, neemt u dit eten maar, dan bedenk ik wel een andere manier om mijn Gast te eten te geven.

” Ze gaf de man de paar boodschappen. “Dank u wel, mevrouw. Heel erg bedankt!”

“Ja, hartelijk dank”, zei de vrouw. Ruth zag dat ze huiverde.

 “Weet u, ik heb zelf nog wel een andere jas thuis.

Hier, neemt u deze maar.” Ze ontknoopte haar jas en legde hem over de schouders van de vrouw.

 Ze glimlachte naar de twee en draaide zich toen om en liep verder….zonder haar jas

 en zonder eten om haar Gast voor te zetten. “Dank u wel, mevrouw. Heel erg bedankt!”

Ruth was door en door koud tegen de tijd dat ze bij haar huis aankwam.

En bezorgd ook. De Heer kwam immers op bezoek en zij had niets om Hem voor te zetten.

Terwijl ze in haar tas rommelde op zoek naar haar sleutels,

 viel het haar op dat er nog een envelop in de brievenbus zat.

“Dat is raar”, zei ze in zichzelf “de postbode komt normaal nooit tweemaal op een dag.

” Ze nam de envelop uit de brievenbus en opende de brief.


Lieve Ruth,

Het was fijn om je weer te ontmoeten.
Dank je wel voor het heerlijke eten. En ook bedankt voor de prachtige jas.

Liefs, Jezus



Het was nog steeds koud, maar zelfs zonder haar jas, merkte Ruth dat niet meer.

 

 
schrijver onbekend
12月7日

Lieve grote kleine meid

 

 

Lieve grote kleine meid

Nu je groter geworden bent
en jij jezelf een beetje kent
weet wat er met je is gebeurd
hoe jij van binnen bent verscheurd…

bent bezoedeld en bevuild
hartverscheurend hebt gehuild
heel veel hebt geleden
hebt gesmeekt en gebeden…

nu je weet wat leven is
weet wat je vroeger hebt gemist
weet hoe God het heeft bedoeld
Zijn Liefde intens hebt gevoeld…

Weet je wat God nu wil schenken?
Een vernieuwing van je denken
in je binnenste een nieuwe Geest
vrij van wat eens is geweest…

vrij van angsten, vrij van zorgen
eeuwig in zijn Liefde geborgen
Hij maakt alle dingen nieuw
eenmaal, op die Grote Morgen.

 

www.myplaceofpeace.com

11月5日

De Rivier

 
 
 
 
Klik op de link en zet je geluid aan
 
 
11月2日

Dankdag

 
 

Dankdag


Er is reden om te danken
als de oogst is ingehaald
en soms, op bepaalde dagen,
worden wij daarbij bepaald.
Wat is van die oogst geworden,
zijn de schuren rijk gevuld,
doordat wij op d'akker zaaiden
met oneindig veel geduld?

Laat ons op die levensakker
even mijm'rend blijven staan.
Er zijn wind en storm en regen
woedend overheen gegaan.
Maar ook zonnelicht en warmte
brachten groei en levenskracht.
Wellicht heeft het kleinste zaadje
hier veel schoonheid voortgebracht.

Kijk, hoe bracht het zaad van stilheid
wonderlijke vruchten voort
en hoe zien we reeds de uitkomst
van een warm en vriend'lijk woord.
Waar wij troost en vreugden zaaiden
groeiden alles wondergroot,
ons getuig'nis schonk vernieuwing
als een pas ontsproten loot.

En de zaden die ontkiemden,
diep in onze eigen ziel,
kregen zij daar rijke wasdom,
toen't in goede aarde viel?
Was geloof en liefde zichtbaar
op ons vruchtbaar akkerveld,
werden daar Gods zegeningen
eindeloos door ons geteld?

Er is reden om te danken,
als de oogst zo is vergaard
en op d'akker van zovelen
God door ons zich openbaart.
Eens in volheid wij aanschouwen
hoe de zaaiing is geweest
en wordt, schoner dan wij denken,
onze oogstdag één groot feest!

 

Frits Deubel 
 
10月17日

Een kleine reiziger vol vertrouwen

 
 

Een kleine reiziger vol vertrouwen

(Een waar gebeurd verhaal)


Op een zomeravond, voor zonsondergang,
toen zakenlui zich uit de stad haastten
om naar huis te gaan – sommigen vlakbij, anderen ver weg –
met de elektrische trein, de bus of de auto
om buiten het bereik van het stadsgeraas te komen, -
stopte er een tram. Een klein meisje stapte in:
een vrolijk kijkend meisje, amper vier jaar oud,
hoewel ze niet verlegen was, had ze geen grove manieren;
maar ze was helemaal alleen; dat kon je nauwelijks begrijpen.
Ze had een klein pakje in haar hand –
een zakdoekje met vastgeknoopte hoeken,
maar er zat geen brood en boter in,
een satijnen sjaal, heel keurig en netjes,
hing over haar schouders. Ze ging zitten
en legde haar pakje onder haar arm
ze lachte vriendelijk en vroeg heel rustig aan de conducteur:
'Mag ik hier zitten?'
Hij antwoordde meteen: 'O ja, mijn snoesje'.
Het leek of ze van plan was om daar heel lang te blijven zitten,
terwijl de tram weer verder ging.
De grote conducteur – hij was langer dan 1.80 meter –
liet zijn ogen met een zakelijke blik over de reizigers gaan;
maar in die ogen was iets aardigs en milds,
dat acht sloeg op het kleine kind.
Een tijdje later maakte hij zijn rondje door de tram,
en al snel hoorde je het oude vertrouwde geluid
van geld ontvangen en kaartjes knippen –
de tram was vol en hij had veel te doen.
'Je reisgeld, mijn kleine meisje', zei hij tenslotte.
Ze keek even, schudde haar hoofdje –
'Ik heb geen geld. Weet u niet', zei ze
'dat mijn reisgeld is betaald, en dat Jezus dat gedaan heeft?'
Hij keek verward – alle mensen lachten.
'Dat weet ik niet; en wie is Jezus, kind?'
'Wel, weet u niet dat Hij eens is gestorven voor zondaren,
voor kleine kinderen, en bovendien voor grote mensen,
om ons te reinigen en onze zonden weg te wassen?
Is de tram waarin ik nu reis, Zijn tram?'
'Ik vertelde u net dat Jezus dat lang geleden betaald heeft.
Mijn moeder vertelde me vlak voordat ze stierf,
dat Jezus betaalde toen Hij werd gekruisigd;
dat aan dat Kruis Zijn spoorbaan is begonnen,
die arme zondaars uit een zondige wereld verloste;
mijn moeder vertelde dat Zijn huis groot en mooi is:
Ik wil daarheen om mijn moeder te zien –
Ik wil naar de hemel, waar Jezus woont.
Wilt u ook niet mee? Mijn moeder zei,
dat hij een liefdevol welkom geeft – zouden we niet te laat komen?'
De ogen van de arme conducteur werden helemaal vochtig,
hij wist niet waarom – hij frommelde in zijn jasje
en voelde een prop in zijn keel komen.
De mensen luisterden naar het kleine kind.
Sommigen hadden tranen in hun ogen, de ruwsten glimlachten alleen
Een iemand fluisterde – terwijl zij verbaasd toekeken –
'Uit de mond van kinderen wordt de Heere geprezen'.
'Ik ben een pelgrim', zei het kleine ding;
'ik ga naar de hemel. Mijn moeder zong altijd voor me
over Jezus en over de liefde van Zijn Vader.
Ze zei me dat ik haar in Zijn Vaderhuis moest ontmoeten.
En daarom – toen tante vandaag op theevisite ging,
en pappa nergens te bekennen was –
pakte ik mijn bundeltje en kuste mijn katje
(ik heb zo'n honger – hebt u niets voor me?)
ik pakte m'n hoed en verliet mijn huis
een kleine reiziger rondzwervend op weg naar de hemel.
Toen stopte uw tram, en ik kon zien
hoe vriendelijk u keek. Ik zag dat u mij wenkte,
ik dacht dat u hoorde bij Jezus' trein.
En gaat u nu weer naar huis in de hemel?'
De arme conducteur schudde alleen maar zijn hoofd;
tranen in zijn ogen – hij kon geen woord meer uitbrengen.
Hij voelde zich bezwaard door haar gebabbel en werd angstig
daardoor werd zijn tranenfontein groter,
en z'n gedachten dwarrelden in droevige verwarring.
Ten laatste zei hij: 'Ik had ook een dochtertje.
Ik hield veel van haar; ze was mijn schattebout,
en ik herinner me nu met grote tederheid
hoeveel ze van mij hield; maar op een dag
is ze gestorven.'
'Ze is naar de hemel gegaan', antwoordde het meisje;
'ze is naar Jezus gegaan. Jezus betaalde haar reisgeld,
o, lieve conducteur, zou u haar daar ontmoeten?'
De arme conducteur barstte nu helemaal in tranen uit.
Hij zou op dat moment de meest afkeurende
blik verdragen kunnen hebben,
maar niemand lachte.
Velen echter zaten het tafereel vriendelijk gade te slaan.
Hij kuste het kind, want ze had zijn hart gestolen.
'Ik heb zo'n slaap', zei het kleintje.
'Als u het goed vindt, blijf ik hier liggen wachten
totdat uw tram bij Jezus' poort aankomt;
u moet dan echt niet vergeten me wakker te maken,
trek maar aan m'n jurk
en bij de poort
hoeft u maar één keer te kloppen!
En dan zult u Jezus zien!' De sterke man huilde!

Toen ik uit de tram stapte, moest ik eraan denken
hoe vaak een kleintje de weg heeft gevonden,
het smalle pad naar de woonplaats der gelukzaligen.
Door vertrouwen in Christus
vindt zo'n kleintje duidelijk zijn bestemming.
Terwijl geleerde mensen in twijfel en angst blijven zitten.
Een klein kind! de Heere gebruikt het vaak
om het verhardste hart te breken, te buigen of te raken,
want Zijn Geest gebiedt dat de (innerlijke) strijd ophoudt,
en dat ze voor altijd de vrede binnengaan.
Dan vertellen we op straat het nieuws:
We gaan naar de hemel – want
Jezus betaalde ons reisgeld!

Jezus zei: Laat de kinderen bij Me komen en houd hen niet tegen,
want van zulke kinderen is het koninkrijk van God.
(Markus 10 : 14)
En het zal zijn dat ieder die de naam van de Heer aanroept, gered zal worden.
(Hand. 2 : 21)
 
 
 
 
 
10月10日

Goddank

 
 
 
 
Goddank
 
Goddank iemand die zegt:
Deel met je medemens
en niet: hou wat je hebt
en pak wat je pakken kan...
 
 
Gelukkig, iemand die zegt:
Heb je vijanden lief
en niet: neem wraak en sla er maar op los
je strijdt voor een rechtvaardige zaak!
 
 
Eindelijk iemand die zegt:
de grootste onder jullie moet een dienaar zijn
en niet: zie maar dat je hogerop komt, ten koste van alles,
je gezin, de ander, jezelf....zorg dat je winnaar wordt en blijft
 
 
Goddank, iemand die zegt:
Ik heb je lief...
en niet: zoek het alleen maar uit
of je moet eerst allerlei dingen doen
voordat ik je accepteer,
je moet er zus en zo uitzien of zo handelen....
 
 
Gelukkig, iemand die zegt:
Ik vergeef je
en niet: eigen schuld, dikke bult,
eens een dief altijd een dief...
 
 
Goddank, iemand die zegt:
Ik ben het leven
en niet: alles eindigt tenslotte met een graf
een grauw einde en dood is dood....
 
 
Heerlijk, iemand die zegt:
Ik ben met je...
 
 
auteur: Theo van Teijlingen
 
 
 
 
10月8日

Het gebroken pootje

 
Het gebroken pootje
 

Aan de helling van een berg in een eenzame hut
zat een herder omringd door zijn schapen.
Op een leger van stro en vlak naast hem lag
een lam, dat verwond scheen – te slapen.
‘Is dat schaapje daar ziek?’ vroeg een wandelaar
die het hoofd door de deur had gestoken.
‘Ach neen’, sprak de herder en streelde het zacht,
‘het heeft één van zijn pootjes gebroken.’
‘Ach arm dier, hoe is dat gekomen?’
zei de vreemdeling met droevige ogen.
‘k Heb het zelf gedaan’, spreekt de herder,
‘ik kon zijn onwil niet langer gedogen.
‘k Heb maanden en dagen geduldig getracht
dit schaapje met liefde te leiden.
Ik gaf het van ’t beste, ik voerde het zacht,
langs koele en grazige weiden.
Maar luisteren, wilde het nimmer, o nee, naar mij
niet, noch naar mijn honden.
Steeds ging het zijn eigen weg, soms heel hoog
in ’t gebergt, ‘k heb vaak bij een afgrond gevonden.
‘k Heb het éénmaal gered uit de adelaars klauw.
Het bleef in een doornhaag steken.
Het ergste was: Anderen volgden zijn spoor.
Dat is mij heel dikwijls gebleken.
‘k Ben een herder reeds lang en zag maar één weg
om het voor groter gevaar te bewaren:
Ik brak toen zijn pootje, het heelt spoedig weer.
O, ik had het die pijn willen sparen, eerst was het
kwaad, het schopte en beet, van voedsel ook wilde
het niets weten. Ik verbond zacht zijn pootje en
verdrietig ging ik heen.
Maar zo’n schaapje heeft ook zijn geweten.
Toen ik weer terugkwam keek het mij zo schuldbewust
aan en likte mijn handen zo blij en sindsdien
geeft het acht op de klank mijner stem en wijkt het
niet meer van mijn zijde. ’t Is spoedig weer beter en
straks gaat het weer mee.
Maar ik blijf nog z’n pootje verbinden.
In mijn kudde is nergens voortaan een gehoorzamer schaapje te vinden.’
‘Goedenacht’, zei de vreemdeling en wendde zijn
schrede om verder zijn weg te bewandelen.
‘Zou de Hemelse Herder’, vroeg hij zich toen af,
‘ook dikwijls niet zo met Zijn schapen handelen?’

(Bron: bijbelstudieblad ‘de Fakkel’)
 
 
 
 

 

 


Bidden

 

 

Er waren eens twee mannen die samen gingen eten.

Voor ze begonnen gingen ze eerst bidden.

 De eerste man had een prachtig gebed met mooie woorden en lange omhalen.

 

Toen hij 'amen' zei begon de tweede man:

'A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z'

 

'Nou zeg,' zei de eerste man, 'wat is dàt nou voor een gebed?!'

 

De tweede man antwoordde: 'Ik ben niet zo welbespraakt,

dus geef ik God maar de letters en dan vertrouw ik er op,

dat Hij er wel een mooi gebed van zal maken'

 

 

10月7日

In Gods hand

 

In Gods hand

 

God,
Ik zoek een hand
die mij vasthoudt en moed geeft,
die mij rustig maakt en beschermt.
Ik tast naar een hand
die mij leidt en voert,
die mij heelt en redt.
Ik heb een hand nodig,
die sterk is en die mij draagt,
die mij vastpakt,
mij niet meer loslaat.
Ik zou zo graag een hand hebben,
die het goed met mij voorheeft,
die zacht op mij wordt gelegd.
Ik verlang naar een hand
waaraan ik me – onvoorwaardelijk –
kan toevertrouwen,
die trouw is, die mij liefheeft.

God,
Uw hand nodigt mij uit: Kom!
Uw hand laat mij merken:
wees niet bang!
Uw hand schenkt de zekerheid:
Ik hou van je!
In Uw hand ben ik geborgen
en bewaard voor altijd.
En mocht ik toch in een afgrond storten
ik weet,
op de bodem van die afgrond
wacht uw hand op mij.
Uw goede, alles behoedende hand.
Aan Uw liefhebbende hand
kan niemand mij ontrukken.

God,
In uw hand leg ik alles.
Uw hand laat mij niet meer los.
Dank U, goede, tedere hand.

 Uit de Gerardus kalender
St. Gerardus, Wittem

 

De wil van God

 
 
 
De wil van God

De wil van God zal je nooit brengen
Waar de genade van God je niet staande kan houden,
Waar de armen van God je niet kunnen ondersteunen,
Waar de rijkdom van God niet in je noden kan voorzien,
Waar de kracht van God je niet kan bewaken.

De wil van God zal je nooit brengen
Waar de Geest van God niet door je heen kan werken,
Waar de wijsheid van God je niet kan leren,
Waar het leger van God je niet kan beschermen,
Waar de handen van God je niet kunnen vormen.

De wil van God zal je nooit brengen,
Waar de liefde van God je niet kan omarmen,
Waar de barmhartigheden van God je niet kunnen dragen,
Waar de vrede van God je vrees niet kan kalmeren,
Waar de macht van God niet de overhand voor je kan hebben.

De wil van God zal je nooit brengen,
Waar de troost van God je tranen niet kan drogen,
Waar het Woord van God je niet kan voeden,
Waar de wonderen van God niet voor je gedaan kunnen worden,
Waar de alomaanwezigheid van God je niet kan vinden.

Anonymus.
 

 
9月30日

Een lunch met God

 
 
 
Een kleine jongen wilde 'God' ontmoeten.
Hij wist dat het een lange rit was tot waar 'God' woonde, dus pakte hij zijn tas mét koekjes en een paar blikjes drank en hij begon zijn reis.
 
Na drie blokken wandelen ontmoette hij een oude man.
Hij zat op een bankje in het park en staarde gewoon wat over het water van een meertje. De jongen ging naast hem zitten en opende zijn tas. Hij wou een blikje drinken nemen toen hij zag dat de oude man hem hongerig leek aan te kijken, dus bood hij hem een koekje aan.
 
De oude man nam dankbaar het koekje aan en lachte naar de jongen. Zijn glimlach was zo aangenaam dat de jongen het nog eens wou zien, dus bood hij hem een blikje drank aan. En opnieuw lachte de oude man de jongen toe !
 
De jongen vond het héérlijk dit te zien. Ze zaten daar de ganse namiddag te eten en te lachen maar er werd géén woord gesproken. Wanneer het begon te schemeren, voelde de jongen hoe moe hij was en hij stond op om te vertrekken. Maar wanneer hij enkele passen had gedaan, draaide hij zich om, rénde naar de oude man en gaf hem een dikke knuffel. Hij gaf hem zijn mooiste glimlach.
 
Bij zijn thuiskomst was zijn moeder verbaasd over zijn vrolijke gezicht. Ze vroeg hem: " Wat heb jij gedaan vandaag dat jou zo gelukkig maakt ?" De jongen antwoordde: " Ik heb geluncht mét 'God' ". En nog voor zijn moeder kon antwoorden, voegde hij eraan toe: " en wéét je wat ? Hij heeft de mooiste glimlach die ik ooit heb gezien !"
 
Ondertussen ging ook de oude man stralend naar huis. Zijn zoon was verbaasd over de vrédige lach op zijn gezicht en vroeg: " Vader, wat heb jij vandaag gedaan dat jou zo gelukkig maakt ?" De oude man antwoordde: "Ik heb mét 'God' sàmen koekjes gegeten in het park !" En nog voor zijn zoon kon antwoorden, voegde hij eraan toe; " en wéét je, Hij is véél jonger dan ik verwacht had !"
 
9月9日

Hoe zou je dan weten...

 

 

Als je nooit pijn had,
hoe zou je dan weten dat Ik een Heelmeester ben?
Als je het nooit moeilijk had,
hoe zou je dan weten dat Ik de Verlosser ben?
 Als je nooit verdriet had,
hoe zou je dan weten dat Ik een Trooster ben?
Als je nooit iets verkeerds deed,
hoe zou je dan weten dat Ik Degene ben die vergeeft?
Als je alles wist,
hoe zou je dan weten dat Ik je vragen zal beantwoorden?
 Als je nooit in gevaar was,
hoe zou je dan weten dat Ik redding ben?
Als je nooit gebroken was,
hoe zou je dan weten dat Ik je heel kan maken?
 Als je nooit problemen had,
hoe zou je dan weten dat Ik ze kan oplossen?
Als je nooit lijden had gekend,
hoe zou je dan weten wat Ik heb doorgemaakt?
Als je nooit door het vuur ging,
hoe zou je dan zuiver worden?

8月18日

Aan het einde van de dag

Aan het eind van de dag, knielde ik neer
Om God te vragen: “Zegen iedereen, Heer.
Verwijder in 't hart van een ieder de pijn,
en laat toch de zieken snel beter weer zijn.”

En toen ik ontwaakte, de volgende dag,
ging ik verder mijn weg met een zorgloze lach.
De hele dag lang heb ik niet getracht
om wat licht te brengen in andermans nacht

Ook kwam het niet in mij op om te vragen
of ik iemand kon helpen zijn lasten te dragen.
Ik ging zelfs niet heel eventjes op bezoek
bij die zieke mevrouw, daar bij ons om de hoek

En toch, aan het eind van de dag knielde ik neer,
en vroeg wederom: “Zegen iedereen, Heer.”
Maar toen, in mijn hart, kwam er plotseling een stem
Het was als een fluistering, maar ik wist: het is Hem!

“Alvorens je verder gaat, heb ik een vraag:
Wie heb jij je zegen gegeven vandaag?
De zegen van God stroomt als een rivier
maar wel door mensen die Hem dienen hier.”

Met ogen vol tranen en een hart vol verdriet
Vroeg ik:”Vergeef me, ik probeerde het niet.
Maar geeft U mij morgen een nieuwe dag weer,
Dan zal ik 't kanaal van uw zegen zijn, Heer!"
 
~Uit: Hartverwarmers~